Dag 5, Via Mahadevtar naar Kathmandu
27 april 2025 - Kathmandu, Nepal
We staan om 06:00 dan toch maar op. Hoewel het de bedoeling was om zeker tot 07:00 te blijven liggen, wordt er rondom ons tentje al keihard gewerkt. Tja blijf dan eens rustig liggen. 35 metalen borden en al die grote metalen pannen afwassen gaat natuurlijk niet helemaal geruisloos. Het lijkt verdomme wel of Cesar Zuijderwijk met een trommel clinic bezig is naast ons tentje. Dus eruit dan maar. We hebben afgesproken om 08:00 uur te vertrekken. Bij voorbaat weten we dat het een kansloze missie is, maar tja, je moet wat hè.
We krijgen meteen een uitgebreid ontbijt: een pannenkoek, een ei en een kop thee. Nepali eten gewoonlijk niet in de ochtend dus dit is speciaal voor ons uitgebreid gemaakt. Nepali eten twee keer per dag Dahl Bath. En zeven dagen per week. Dat is ook saai denk je dan al snel. Inderdaad, héél saai. Als we ons ontbijt net op hebben krijgen we te horen dat Lila ontbijt voor ons heeft klaargemaakt. Lila is een oude man die tien jaar geleden nog heeft geholpen met de bouw van de eerste huizen. Nu is hij te oud, maar zijn vrouw en zoon hebben ontbijt gemaakt, pffffff. Tja, je kunt het dan ook niet maken om niet even langs te gaan.
Ik krijg weer een bord, maar nu met een pannenkoek met honing, een gekookt ei wat erna gebakken is, patat en koffie. Er ontstaan langzaam wat zweetdruppels op mijn voorhoofd. Ik zie de pannenkoek als eilandje op mijn bord in de honing heen en weer bewegen naarmate ik het bord van oost naar west beweeg. Het lijkt verdomme wel een groot kompas. De patat, hoe bedenk je het om half acht in de ochtend, ziet er nog het best uit. Ik tover een glimlach op mijn gezicht, vind ik best knap, en zeg “hmm, looks good, delicious.” We beginnen samen eerst maar met de koffie. Zo dan, glimlach verdwijnt subiet. Geweldig lief bedoeld dit heerlijke ontbijt, maar dit is gewoon tectyl. Ik sta gedecideerd op en loop quasi geïnteresseerd, kloppend op de kozijnen, rondom het huis. Om de hoek mieter ik meteen de koffie in een plantenbak. Nou het zou mij verbazen als die het na vandaag nog doet.
De pannenkoek is weg te werken, maar de patat is een brug te ver voor ons allebei. Nu blijven Nepalese mensen altijd bij je in de buurt als je aan het eten bent, dus het wordt voor ons echt een Mindfuck om die patat ineens van je bord te laten verdwijnen. Een plastic zakje van Raby is de clou. Als de vrouw van Lila weer buiten komt, stop ik voor de show het ‘laatste ‘ frietje in mijn mond. Nu dat ei nog. Het lijkt inmiddels wel zo’n spelletje waarbij je een kogeltje in een gaatje moet krijgen in het midden van je bord. Door de honing vliegt mijn ei als een komeet over het bord. Weet je wat, ik eet het ei dan maar gewoon op.
Uiteindelijk loopt het hele dorp om 08:30 uur weer mee naar onze jeep. Ook nu worden we weer opgetuigd met Kata’s van allerlei kleuren en bloemenkransen. Oh oh, wat zijn deze mensen toch dankbaar. Uiteindelijk rijden we na een half uur, na weer de nodige foto’s met iedereen het dorp uit. Gezwaai en bye bye, maakt een eind aan deze prachtige dag. Het stemt ons toch wel wat weemoedig. Het is natuurlijk heel goed om de stichting na tien jaar af te sluiten, maar we hebben in die tien jaar ook heel wat meegemaakt met de mensen en we weten natuurlijk niet of we nog eens een keertje teruggaan. Het ligt niet naast de deur in Kathmandu, laat staan vanuit Strijen.
We hebben besloten om via Mahadevtar naar Kathmandu te rijden. Na een kleine twee uur slaan we na een stukje ‘black road’ linksaf een onverharde weg in. Zo dan, dit is niet alleen onverhard, dit lijkt Parijs-Dakar wel. Onze chauffeur krijgt het ook een beetje warm als hij stil komt te staan middenin een rivieroversteek. Oké, gelukkig start de Tata meteen weer en rijden we met samengeknepen billen de steile heuvel op. Het is hier steiler dan we tot nu toe gewend zijn. Onze chauffeur rijdt voorzichtig omdat de weg soms behoorlijk smal is en de afgronden zijn diep en steil. Zeker omlaag is het tricky, omdat we de wielen regelmatig voelen glijden. Het is hier gortdroog. Het gaat gelukkig goed.
Precies om 12:00 uur rijden we het dorp Mahadevtar binnen. In Mahadevtar hebben we 9 huizen gebouwd, en 12 huizen hersteld na een wildfire. Er staat al weer een ontvangstcomité klaar. Enkele mensen zijn familie van Alisha (de vrouw van Raby). De ontmoeting van de moeder van Alisha met Fabienne is heel vertederend. Ze knuffelt Fabienne wel drie keer.
We krijgen hier gelukkig geen koffie, maar wel meteen een bord met een gefrituurde krakeling (eigenlijk een soort lange oliebol) een ei en een soort aardappelcurrie. Leuk dat we hier ook weer te eten krijgen. Nadat we dit hebben weggewerkt met twee glazen cola (altijd goed na dit toch altijd wel risicovolle eten) gaan we de huizen van Mahadevtar bekijken. De huizen zien er perfect uit en de bewoners zijn gelukkig. We zien dat onze huizen wel een soort van ontwikkeling hebben doorgemaakt want ze zijn steeds beter geworden. De dakconstructie is sterker geworden en Sanu heeft betere en mooiere deuren en kozijnen gemaakt. Top!
De huizen die vorig jaar door een wildfire zijn verbrand zijn weer keurig hersteld. Wij konden door de extra donaties, die we na een extra nieuwsbrief hebben ontvangen, dakplaten en hout voor kozijnen, deuren en ramen kopen.
Als we teruglopen naar de jeep denken wij toch bijna te vertrekken naar Kathmandu. Neeeee… we moeten eerst eten. Eten? Jazeker. Er verschijnen grote borden Dahl Baht. Wij gaan nu begrijpen waarom al die Nepalezen een belly hebben van jewelste. Wij slaan even over. Maar alle Nepalezen hebben een bord met een berg rijst want kan doorgaan voor een mini Everest op je bord. Nou en daar waar die Everest door het klimaat langzaam smelt daar wordt die berg op je bord heel snel hersteld met een flinke kwak rijst. Man man man, wat kunnen die gasten eten.
Nadat iedereen zijn bord heeft leeggeschraapt kunnen we naar Kathmandu. Zoals inmiddels gebruikelijk, staat er een uitzwaaicomité klaar om ons weer te behangen met Kata’s. Waar laat je die dingen?? Gewoon weggooien is niet goed voor je karma natuurlijk en ik wil het risico niet nemen. Mijn neus is nog heel. In de auto doen we die hele berg kata’s wel af, want het is wel heel warm.
Om 17:00 zijn we weer in het hotel. We krijgen weer een sleutel van Pradip en beseffen meteen dat we onze stroopwafels dubbel en dwars hebben terugverdiend. Wij krijgen de grootste kamer van het hotel. Ja die was toch leeg, zegt hij lachend. Twee grote kingsize bedden en bijna 60 vierkante meter. Een lekkere meevaller. Morgen een soort van rust- en regeldag. De dag erna gaan we op trekking. Met de pols van Fabienne gaat het steeds beter en ook haar neus laat tekenen van herstel zien. Er ontstaat al hier en daar zelfs al nieuwe huid.

Geniet nu maar van de trekking en hou het veilig.
Nu even genieten van een rustdag.
Ondanks het feit dat deze mensen veel eten, zijn ze klein van stuk. Hans lijkt wel een reus op de foto's.