Dag 8 Naar een drijvend eiland
We willen om 07:30 ontbijten want onze gids, komt ons 08:00 ophalen. We staan op tijd op en Walther heeft een tafeltje in de tuin voor ons gedekt. Wat een ontbijt zo in de zon en met een geweldig uitzicht op het Tititacameer. Het ontbijt is heerlijk, maar met zo’n uitzicht smaakt waarschijnlijk alles.
Om iets over acht uur komt er een stoere macho Peruaan ons terras op. Blijkt Guido, onze gids voor vandaag te zijn. Hij heeft een snelle Ray Ban zonnebril op en natuurlijk een hoed. Hij verwelkomt ons en vraagt netjes of we vandaag Spaans of Engels gaan spreken. English por favor. Zijn Engels is trouwens perfect. We gaan vandaag naar een drijvend eiland in het Titicacameer.
Het Titicacameer is een meer in het Andes gebergte, tussen Peru en Bolivia. Het is het grootste meer in Zuid-Amerika. Het is een bijzondere plek om te bezoeken. Het meer heeft namelijk een oppervlakte van maar liefst 8.340 vierkante kilometer en bevindt zich op 3.812 meter boven de zeespiegel. Dit maakt deze gigantische waterplas het hoogst gelegen bevaarbare meer ter wereld. Ter vergelijking 15x groter dan het meer van Genève.
De drijvende eilanden in het Titicacameer zijn ontstaan uit noodzaak: het Uros-volk bouwde ze eeuwen geleden als toevluchtsoorden om te ontsnappen aan vijanden, waaronder de Inca's, maar misschien ook wel aan de Spanjaarden. De Uros-indianen leefden oorspronkelijk op het vasteland, maar bouwden deze eilanden als mobiele verdedigingslinie. De eilanden bestaan uit grote stukken riet met wortel die op de bodem in blokken is gesneden en van de bodem is losgekomen. Vervolgens wordt het totora-riet, in dikke lagen opgestapeld en blijft dan door de wortels drijven.
Stukken riet worden uit het meer gesneden. Deze wortels blijven drijven en vormen de ondergrond die wordt samengebonden. Omdat het riet aan de onderkant wegrot, moet er constant nieuw riet aan de bovenkant worden toegevoegd om de eilanden in stand te houden. Niet alleen de bodem van het eiland, maar ook de huizen en boten worden van dit riet gemaakt.
We vertrekken om kwart over acht naar een klein havenplaatsje Llachon in het zuiden op het schiereiland. We wilden niet naar Puno waar alle toeristen vandaan vertrekken maar we wilden naar een kleinschaliger eilandje. Ook stoere Guido vindt het een belevenis in onze tank mee te rijden. Hij is verbaasd over alles. Je auto openen met een klein knopje op de deurgreep, dan starten zonder sleutel, als je wegloopt en je roept lock dan springt de auto op slot (is niet waar maar hij geloofde het) en een knopje voor vier wielen aandrijving. Hij komt overal aan en aait het dashbord.
In Llachon lopen we naar het meer, waar al een bootje op ons ligt te wachten. Een Peruaan (Antonio) met een doorleefd gezicht zit in de zon met een hoed tot over zijn ogen, op zijn bootje op ons te wachten. Hola, hola. We gaan samen met Guido aan boord en varen in 30 minuten naar een van de drijvende eilanden. Vanuit verte zien we een stip met gele puntjes steeds groter worden. Langzaam krijgt het de vorm van een eilandje met rieten huisjes. “Wonen daar mensen?” Si, si. Op dat piepklein ronde eilandje wonen 25 mensen. De schipper meert ons bootje aan tegen het riet waar het eiland van is gemaakt. “Zak ik daar niet doorheen?” “No, no.”
Als we aankomen met het bootje, staat de familie ons al op te wachten en worden we van boord geholpen. Zij spreken hier Aymara en zeggen dan ook in die taal welkom op ons eiland. Het voelt heel raar om op het eiland te lopen. Het voelt een beetje wiebelig en je loopt op vers riet, dus je moet ook goed je voeten optillen, anders ben je het riet aan het verplaatsen. Hier op dit kleine eiland zien we vijf huizen en er wonen 25 mensen, maar niet iedereen is er. De oudste is de moeder, zij heeft twee dochters en twee zoons en een zoon is getrouwd en heeft weer vier dochters. Drie daarvan zitten op school. Die school is ook op een drijvend eiland gebouwd en de drie dochters verblijven daar de hele week en komen alleen het weekend naar huis. We krijgen van Jon, een demonstratie. Hij laat met een miniatuur eiland zien hoe het wordt gebouwd. Heel bijzonder. Als iemand een eigen eiland wil hebben, dan snijdt hij uit het riet dat aan de kant van het meer groeit een heel stuk, bijvoorbeeld 5x5 en vaart dat dan naar een plek waar hij wil wonen. Vervolgens moeten er allerlei lagen op gebouwd worden van gedroogd riet. Daarna worden er huisjes gebouwd, ook weer van riet. Alle eilandbewoners hebben natuurlijk een boot, je raadt het al, van riet. Het eiland moet wel verankerd worden met twee grote palen. Soms verplaatsen ze het eiland, bijvoorbeeld als ze niet met hun buren kunnen opschieten. Ze kunnen het eiland ook vergroten door een stuk er tegen aan te varen en vast te maken. Dat vergroeit dan met het oorspronkelijke eiland.
Na de demonstratie gaan we met de boot naar het riet en krijgen we van Jon een demonstratie hoe ze het riet afsnijden. Hij heeft een loeischerp mes aan een lange steel, waarmee hij lange stengels riet afsnijdt. Hij haalt de stengels aan boord en vertelt dat ze eens in de 15 dagen met alle mannen van de eilanden samenwerken om het riet te snijden. Als we terugvaren vertelt hij dat de boot is gemaakt van 1000 plastic flesjes en daaromheen is het riet gevlochten. Zo blijft de boot langer goed en kan wel vijftien jaar mee. Toen de boot nog alleen van riet was gemaakt, was dat maar een paar jaar.
De eilandbewoners leven van vissen, o.a. forellen, die ze verkopen op de lokale markt. Ook schieten de mannen op eenden met een wel heel ouderwets uitziend geweer. Ze ruilen de vis ook, voor eten zoals aardappelen, quinoa en groenten. Onze gids laat ons een paar hele kleine verschrompelde aardappelen zien. Die zijn gevriesdroogd en kunnen daardoor wel 25 jaar bewaard worden. Het lijken wel kiezelstenen, maar om te eten moet je ze eerst in het water leggen, waardoor ze weer wat groter worden. En natuurlijk ook op dit eiland verdienen ze geld aan de toeristen. De eilandbewoners maken ook allerlei handwerkdingen. De vrouwen borduren en de mannen maken van riet kleine rieten bootjes en huisjes en natuurlijk komen we er niet onderuit om iets te kopen. Maar dat doen we graag.
Na ons bezoek aan het eiland, en we zijn er niet doorheen gezakt, brengt de schipper ons terug. We zijn een beetje te vroeg voor de lunch bij Yessica en Freddy, maar stoere Guido heeft wel een idee. We kunnen nog naar een uitzichtpunt boven op een berg voor een geweldig uitzicht. Prima, wij zijn altijd en overal wel in voor een hike. Nou, zegt Guido, ik heb bijna nooit mensen met een 4x4, we kunnen ook omhoog met jouw auto zegt hij met wel een hele grote lach op zijn gezicht. En hiken is, gezien zijn broekmaat, niet iets wat hij heel regelmatig doet. En het is nogal een klim. Zijn excuus dat we anders weer te laat voor de lunch zijn, snijdt hout. Dus we gaan met de auto naar de top van de berg Inka Kancha. Het is inderdaad een leuke ruige onverharde weg die met de 4x4 goed is te doen. Het uitzicht boven is geweldig mooi, omdat we rondom kunnen kijken naar de andere eilanden om ons heen. Guido vertelt ons veel over de natuur en over de Peruaanse cultuur en gebruiken. Op 1 januari gaan de mensen hier offeren en ook in mei. Er staat een katholiek kruis, maar ook iets van de Inca’s. Dus twee geloven komen hier samen op de berg.
Na ons off-road avontuur zijn we uitgenodigd bij Yessica en Freddy. Freddy is niet thuis maar hun 9-jarige dochter staat al te trappelen van ongeduld omdat ze weet dat we er aankomen. Met een mooie bloemenkrans van de nationale bloem (Cantuta)die ze om onze nek hangt worden we verwelkomt. Guido kent alle mensen en families waar we op bezoek gaan. Het voelt heel vertrouwd en is zeker niet ongemakkelijk, omdat alles heel goed is georganiseerd en iedereen weet hoe laat je komt en wat van hun wordt verwacht. We kunnen meteen aan tafel zodat het driegangenmenu kan worden opgediend. Lekker dat we nu vis (forel) krijgen met groenten die mensen hier allemaal zelf verbouwen. Uiteraard staan ook de cocabladeren weer op tafel. We starten met een heerlijke aardappelsoep en krijgen lekker fruit van hier toe.
Het is echt een privilege dat we overal waar we komen voor ons bijzondere demo’s worden georganiseerd. Ook nu weer. Yessica laat eerst zien hoe ze van een paar planten shampoo maakt. Shampoo??? Ja shampoo. Omdat niemand dat kan geloven demonstreert Yessica dat even. Op een steen wordt een plantje met een vijzel fijn gemalen. Er ontstaat een groene smurrie die warempel al een beetje bubbelt als een sopje. Ze gooit het hele prutje in een teiltje water en zeeft dit vervolgens in een doek. Wat overblijft is een groen smerig uitziend goedje. Maar dan gebeurt het wonder. Ze gooit een kluwen bruine vieze schapenwol in dit goedje en maakt wasbewegingen. Er ontstaat een echt sopje, terwijl ze wasbewegingen maakt die ik van mijn oma nog ken. Ze wringt het kluwen wol uit en houdt het even later naast de bruine vuile wol om het verschil te laten zien. Huh, dit kan niet waar zijn. Spierwitte wol. Tjemig, waar hebben we naar gekeken.
Nu dit wonder is geschied maken we ons op voor het volgende wonder. De metamorfose van twee Strijenaren. We krijgen nu Peruaanse kleding aan uit deze streek. Vooral de hoedjes van de vrouwen zijn geinig, beïnvloed door de Matadors uit Spanje. Gelukkig zie ik hier geen groot plasmascherm of muziekinstrument. Voor mij heeft Yessica een poncho in een kleur in gedachten, waarmee ik zo naar Caribisch carnaval kan. De hoed maakt het nog enigszins mannelijk. Nou hier kom ik dan in de tuin van Yessica wel weer goed mee weg denk ik nog, totdat ik begrijp dat we met deze ludieke uitmonstering even naar de volgende demo gaan wandelen. Op het veld achter het huis wordt gedemonstreerd hoe adobe bakstenen worden gemaakt van klei. Op een ludieke maar heel handige manier maken ze hier gebruik van de middelen die voorhanden zijn. Je maakt compacte blubber van klei met stevige stro er doorheen. Je kiept dit in een mal voor twee stenen. Aanstampen met je voeten en malletje eraf en een paar weken laten drogen. Ze kunnen hier heel goed met die stevige klei hompen bouwen omdat in deze regio geen aardbevingen voorkomen.
Na deze demo kunnen de kleren weer uit en rijden we terug naar Chiffron. Onderweg nemen we afscheid van Guido die met een collectivo teruggaat naar Puno.
Thuis zitten we nog even lekker in de zon en douchen we wat eerder dan normaal. Ik heb namelijk beloofd vanavond samen met Walther te koken.


Nooit gehoord van rieten eilanden, wat een onderhoud hebben die mensen er aan.
Jullie staat ook alles😉
En wat een kleurrijke kleding, prachtig. Niet zoals hier elke maand een nieuwe collectie!