Kokosnoten slaan in als granaten

16 januari 2018 - Unawatuna, Sri Lanka

Vanmorgen tijdens het ontbijt was er al veel bedrijvigheid in de tuin van ons hotel. Een van de Srilankanen die in het hotel werkt was met twee touwen in de weer. Hij bond een touw om zijn twee enkels en hij had een touw van ongeveer 50cm vast. 

Ik had geen idee wat hij van plan was maar ineens zien we het. Hij zet het touw rondom zijn enkels tegen de boom en slaat het andere touw om de boom heen. Heel behendig klimt hij naar boven in de hoge palmboom. Het lijkt verdikkeme wel een aap zo makkelijk klimt hij omhoog. En dat ook nog eens met een rok aan. Als hij omhoog klimt zien we ook dat hij een mes op zijn rug heeft gebonden. Eenmaal boven snijdt hij de kokosnoten los en gooit die naar beneden op het gras. Iedere kokosnoot komt met een boeffff in het gras. Die kokosnoten maken flinke putten in het grasveld. Zo’n noot moet je dus inderdaad niet op je hoofd krijgen. We kunnen van de eigenaar nog even een kokosnoot drinken als we willen, maar we konden maar net het overweldigende ontbijt op. Dus nee sorry nu even geen kokosnoot. We vertrekken. 

Voordat we naar Unawatuna gaan wil ik eerst de banden even terug op spanning brengen. We doen dat altijd wel een keer per week. Enerzijds omdat het met harde banden eenvoudiger fietst, maar ook omdat dan de afgelegde meters weer klopt met de reisbeschrijving. Bij een tankstation rijd ik naar de zijkant waar een slang hangt met een kastje waar vooraf de druk op in moet vullen. Ik druk op knopjes en hoor allerlei bliepjes. Op de display werken nog maar twee streepjes zodat je nog bij benadering niet kunt zien hoeveel lucht je erin gaat persen. Als ik de slang op het ventiel zet gebeurt er niet zo heel veel. Er gaat meer lucht uit dan in. Even later heb ik een lege achterband. Zo dat schiet lekker op. Ik druk wat andere knoppen in op het apparaat. En probeer het weer opnieuw. Wauw, mijn band schiet omhoog. Ik moet snel de nippel eraf halen anders heb ik zo twee autobanden. Met wat handigheid en de nippel er op tijd af halen hebben we weer vier volle banden.

We rijden vandaag naar Unawatuna, het mooiste strand van Sri Lanka volgens de reisgids van Dominicus. We zijn vroeg vertrokken want nog een middagje strand is wel lekker. Onderweg worden we steevast door kinderen nageroepen maar in een van de dorpen gebeurt iets geks. Een wat oudere man gaat hardlopend met ons meerennen. Hij moet om ons bij te houden zijn rok omhoog houden. Nou fietsen we niet zo heel hard, maar je moet toch van goede huize komen om ons op slippers bij te houden en dan ook je rok al lopend nog omhoog houden. Wat een malloot. Na zo’n 150 geeft hij het op en roept ons iets na. 

Verder valt het ons op dat de Srilankanen een uiterst vriendelijk volk is dat je altijd aanspreekt en altijd bereid is je te helpen. Zodra we ergens stilstaan om iets te drinken of gewoon even te kijken waar we zijn, stopt er altijd wel iemand om te vragen of er iets aan de hand is. Zo vriendelijk als ze zijn zulke slechte chauffeurs zijn het. Ze kijken niet op of om. Ze beginnen te rijden wanneer het hen uitkomt en kijken daarbij niet eerst even om. We moeten ook oppassen dat we niet de berm ingereden worden want een Srilankaan gaat hij naar de kant als hij daar is waar hij moet zijn zonder te kijken. Als wij dan tussen zijn auto en de berm klem staan zijn ze heel verbaasd en vragen ze nog net niet wat wij daar nou doen. De buschauffeurs zijn de ergste. Die denken warempel dat als je een keer toetert gewoon op de andere weghelft kan gaan rijden. En als er dan wat aankomt toeter je gewoon nog een keer. We hebben het al een paar keer gehad dat twee bussen naast elkaar op ons af komen. Zij seinen dan met hun licht en toeteren gewoon onophoudelijk dat je aan de kant moet gaan. Dat doen we dan ook maar.

Als we in Unawatuna aankomen is het inmiddels bloedheet. We moeten nog een hotel zoeken want we hadden gisteravond geen internet. In de wat toeristische plaatsjes boeken we soms van te voren een hotel. We rijden door smalle drukke straatjes met een hoog strandgasten gehalte. Is toch niet zo ons ding. Terwijl ik me vergaap om wat ik om me heen zie bots ik op een tuk tuk die ineens moet stoppen. Niets aan de hand maar met die harde banden schiet ik wel van mijn zadel af. Oempff. Maar dan lach je een beetje en doe je stoer net alsof er niets aan de hand is. Ik ga weer voorzichtig zitten en fiets verder.

Het kan dan wel het mooiste strand zijn, de hotels zijn een beetje vergane glorie. We zijn vroeg in Unawatuna en bekijken drie hotels die in elkaars buurt liggen. Is altijd leuk om te onderhandelen, als het niet te lang duurt. “The room is 12500 rupee mam”. Als Fabienne een beetje moeilijk kijkt en zegt dat dat wel erg veel geld is voor de kamer vraagt de vrouw wat we tot nu toe dan hebben betaald. Ai, denk ik nu komt het erop aan wat Fabienne zegt.  Ze doet een gooi en zegt 6500 roepie. “Ok mam, 7500 is the best price I can offer you”. Mwah, dat is snel verdiend. We nemen de kamer met een prachtig hemelbed en zitten weer pal aan het strand met uitzicht op de zee. 

Bijzonder is hier om een biertje te kopen in de winkel. We hebben een leuk balkon dus wat is leuker om op je eigen balkon met uitzicht over de zee een biertje te drinken.  Maar het bier wordt hier achter tralies beschermd. Heel vreemd. In de supermarkt kun je alles kopen maar voor alcohol moet je apart in de rij staan. Een vriendelijke verkoper achter een hekwerk en een klein loketje vraagt dan wat je wilt. Ik ben er nog niet zo goed achter welk doel wordt beoogd. Volgens mij is het bedoeld om alcohol met mate te verkopen en om zo misbruik te voorkomen. Ik heb nog niet gezien dat iemand alcohol werd geweigerd. 

De Srilankanen eten hier altijd met hun handen. Dat is een leuke bezigheid om te observeren. Ze krijgen of halen bij een buffet een bord vol met rijst, curry, groente, kip en een papadum (een soort kleine gefrituurde dunne roti).  De borden staan altijd opgestapeld naast het buffet. Dat is niet bijzonder, maar wel dat om ieder bord een plastic zak zit. Dan heb je geen afwas en door het plastic heen prikken kan niet als je geen vork hebt. Ze roeren wat met hun rechterhand door het eten en maken van hun vier vingers een kommetje en schuiven met hun duim het eten naar binnen. En dan vooral je vingers niet aflikken. Dat hoort niet. Het gaat heel behendig en er wordt bijna nooit gemorst. Daarna even handen wassen, plastic zak in de prullenbak en betalen. Klaar!

Vanmiddag toch nog even in de zee gezwommen en heerlijk onder een parasol op een bedje geleden. Ons hotel heeft een eigen stuk strand waar de bedjes op ons stonden te wachten. Ook maar gelijk heel decadent door de hotelboy een fruitsapje laten brengen. Fabienne wordt altijd aangesproken door elke straatverkoper en natuurlijk ook nu weer. Ik zeg nog: “Niet kijken naar die verkoopster”, en ja hoor de vrouw laat alles zien wat ze bij zich heeft. “Goh je zal zo toch de hele dag je brood moeten verdienen”. Tja dan weet ik al wel waar het op uit gaat draaien. Ik vraag nog voorzichtig of het wel slim is nu al iets te kopen en of ze het nodig heeft. Maar dat is tegen dovemansoren gezegd.  Even later heeft Fabienne een impulsaankoop gedaan en heeft er weer een pareo bij. Nu een, hoe kan het ook anders, met olifantjes.

Foto’s

2 Reacties

  1. Joke Brasser:
    19 januari 2018
    Ik had geen idee dat zachte banden een andere afstand geeft dan wanneer je met banden op spanning rijdt. Eten jullie intussen ook met je handen 😃
  2. Fabienne:
    19 januari 2018
    Nee Joke dat doen we maar niet. Alhoewel Hans het wel kan. Als we in Nepal zijn dan doet hij het wel eens. Ik hou het maar maar bij vork en lepel.